RQ: Gebruikt het brein bij het lezen van programmeercode dezelfde gebieden als bij taalverwerking, of eerder de gebieden voor logisch redeneren en problem-solving? (aangepast)
Paper: Liu, Y.-F., Kim, J., Wilson, C., & Bedny, M. (2020). Computer code comprehension shares neural resources with formal logical inference in the fronto-parietal network. eLife, 9. CLOCKSS. https://doi.org/10.7554/elife.59340
RQ: Is er een consistent neurologisch correlaat (wow dit woord heb ik vorige WG gwn geleerd ik voel me zo fancy dat ik het nu kan gebruiken) voor begrijpen van programmeercode, en zo ja, lijkt dit meer op de neurologische netwerken voor taalbegrip, of die voor culturele symbolen zoals logica/wiskunde. Hypotheses:
- programmeren zorgt voor bepaalde neurologische activiteit die consistent is tussen proefpersonen (= neuraal correlaat) 2a. programmeren gebruikt netwerken voor taalverwerking 2b. programmeren gebruikt netwerken voor culturele symbolen (zoals logica/wiskunde)
Belangrijk want: Programmeren is belangrijk in/voor de samenleving, maar heel weinig over cognitieve of neurologische processen bij programmeren is bekend.
Methode:
van elke participant werd eerst de programmeerkennis/niveau/ervaring bepaald met een pretest.
elke participant kreeg zes taken: echte-code, nep-code, taaltaak, wiskundetaak, logicataak, concentratietaak.
de taal-, wiskunde-, logica- en concentratietaken werden gebruikt om te bepalen in welk gebied activiteit gerelateerd aan een bepaalde functie plaatsvind. dit kan namelijk van persoon tot persoon verschillen. we noemen dit localizers.
de echte-code en nep-code taken werden gebruikt om door middel van substractie te bepalen welke activiteit gecorreleerd is met het begrijpen van code.
in de echte-code taak moesten participanten code lezen, mentaal uitvoeren en controlleren of het antwoord juist is. daarvoor is codebegrip nodig. in de nep-code taak moesten participanten alleen de code lezen en onthouden. de woorden en symbolen waren hetzelfde, maar geshuffeld zodat het geen werkende code was.
vervolgens werd de overlap van deze activiteit berekend met de algemene gebieden gevonden in de localizer taken, om te bepalen wat voor soort netwerken gebruikt worden.
Resultaten:
bij programmeren worden vier gebieden aan de linkerkant van het brein actief:
- prefrontal cortex
- parietal cortex
- posterior middle temporal gyrus
samen noemen ze dit het fronto-parietal network.
dit komt vooral overeen met: logica.
de hoeveelheid programmeerervaring was geen mediating variable (wow komt die ioww kennis gwn een keer van pas).
Interpretatie:
er is een consistent neurologisch correlaat voor codebegrip. dit correlaat komt het meest overeen met dat voor logisch redeneren, mogelijk worden hier dus dezelfde neurologische netwerken ingezet.
het is niet puur ‘hard denken’, want de overlap met gebieden die activeren bij een concentratietaak is net als taal- en wiskundetaken laag.
het komt wel overeen dat code en taal allebei bijna volledig in de linker hemispehere zitten. hoé links verschilt van persoon tot persoon, maar taal en code zit wel éven links bij deze personen. het is mogelijk dat taalbegrip ervoor zorgt dat het hier terechtkomt tijdens het leren.