sommige filosofen zeggen dat science en pseudoscience timeless zijn => fout (gaat ervanuit dat wat nu wetenschap is, morgen ook wetenschap is, en wat gisteren wetenschap was, vandaag nog steeds wetenchap is. soort immutability van wetenschappelijke status)
essentieel eigenschap van voortgang/voortschrijdend inzicht. minimum: goed-onderbouwde rejections moeten mogelijk zijn. science van gisteren kan pseudoscience van vandaag zijn (als weerlegd).
distinction wel moeilijk:
- science veranderd over tijd
- science is heterogeen
- science is niet foutloos (aka even gevoelig voor de fouten van pseudoscience) ^verschil is dat science fouten onderziet en zich aanpast, en pseudoscience feiten weigert en koppig vasthoudt aan weerlegde punten.
def 1) focussed op missende ‘wetenschappelijkheid’; maar wetenschap uit het verleden kan nu pseudoscience zijn, ookal was het toen wel wetenschappelijk. het probleem is dus niet puur hoe je het uitvoert, maar vooral hoe je omgaat met tegensprekend bewijs.
nieuwe definitie die passender is:
1’) in strijd met de meest betrouwbare kennis over een onderwerp die op een tijdstip beschikbaar is.
voordelen:
- toepasbaar voor verschillende disciplines of methodieken
- staat toe dat iets in het verleden scientific was maar nu pseudoscience
- verplaatst oordeel over wetenschappelijkheid van filosoof naar inhoudsexpert ^juist daarom wordt door filosofen vaak 1) gehanteerd en niet 1’), want ze hebben dus die inhoudskennis niet.
gerelateerd:
-
logisch positivisme / verficicationalisme: ander demarcatieprobleem: tussen science en metaphysics. maken onderscheid op basis van verificatie, en de methode van verificatie was de definitie/betekenis van een concept/construct.
-
karl popper: ook ander demarcatieprobleem: tussen ‘empirical-scientific’ en ‘metaphysical’ (maar hij bedoeld ook wiskunde????); absoluut geen pseudoscience in ieder geval.
demarcatie is mogelijk zonder een definitie van science of pseudoscience te hebben (misschien ook vals metafoor omdat het impliceert dat adv de ‘grens’ makkelijk te zien is wat science en pseudoscience is, maar dat is dus niet; je hebt inhoudskennis nodig)
demarcatiecriteria:
- popper’s falsificationalism: verifieerbaarheid onvoldoende om statements wetenschappelijk of metaphysical te noemen; falsificatie beter. falsificatie => statements die weerlegd kunnen worden door tegensprekend bewijs. bedoeld voor demarcatie van science en pseudoscience, en science en metaphysics.
^probleem met falsificationalism: meeste pseudowetenschap IS volledig gefalsifiseerd, en niet per se onfalsifiseerbaar. alleen falsificiationalisme is niet genoeg voor demarcatie.
^kuhn vindt dat popper wetenschap karaktiriseert aan de hand van alleen revoluties, en de ‘normale’ wetenschap niet goed beschrijft. (<- waar hij dit vandaan haalt weet ik ook niet)
^lakatos vind dit ‘stunning’, omdat het puur op logica berust die losstaat van feiten. aka een theorie zonder enig bewijs kan science zijn omdat hij falsifiseerbaar is, en een theorie die overeenkomst met al het bewijs kan pseudoscience zijn omdat hij niet falsifiseerbaar is.
-
kuhn’s puzzelcriterium: puzzelen is essentieel onderdeel van wetenschap. ^popper noemt dit ‘disastreus’ omdat het een sociologisch criterium, en geen rationeel criterium is(?????)
-
lakatos past poppers criterium aan tot “sophisticated (methodological) falsificationism”: het gaat om de onderzoeken, niet de claims of hypotheses. -> “In his view, a research program is progressive if the new theories make surprising predictions that are confirmed. In contrast, a degenerating research programme is characterized by theories being fabricated only in order to accommodate known facts. Progress in science is only possible in research programmes in which each new theory has a larger empirical content than its predecessor. If a research program does not satisfy this requirement, then it is pseudoscientific” <- ik snap niet wat hier staat
-
Paul Thagard: 1) geen (poging tot) progression, 2) de voorstanders proberen de theorie niet te ontwikkelen om problemen op te lossen (waarmee??), willen de theorie niet in relatie tot anderen zien, en zijn selectief in bevestigingen en ontkrachtingingen. verschil met lakatos: lakatos ziet ‘geen progression slecht’, en thagard ziet het alleen als slecht als het opzettelijk is.
-
Daniel Rothbart: onderscheid tussen testen zelf en eligibility voor testen (waarom uberhaupt testen). eligibility = 1) theorie moet uitleg van rivaaltheorie onderkennen en meenemen, 2) theorie zou testbare implicaties moeten hebben die de rivaaltheorie tegenspreken, anders nieteens testworthy. niet testworthy => niet wetenschappelijk (blijkbaar??)
-
Bright and Heesen stellen dat communisme (gemeenschap) een demarcatiecriterium kan zijn. claims zijn wetenschappelijk, als ze beschikbaar worden gesteld aan de gemeenschap, geen rechten over worden geclaimed. dit plaatst commercieel onderzoek dat methodologisch en qua uitkomsten correct is ook bij pseudowetenschap, en dit is met opzet.
epistemische normen (recap):
- universalisme: truth claims moeten worden getoetst tegen vooraf bepaalde, onpersoonlijke criteria, ongeacht afkomst van de claim.
- communisme: bevindingen zijn resultaat van samenwerking en de gemeenschap is eigenaar, niet een persoon of groep.
- disinterestedness: institutionele controle die belangen/ideologie van individuele wetenschappers moet beperken.
- organized scepticism: losse kritiek op claims die andere instituties belangrijk vinden. ^effecten, geen definities; ook beschrijvend, niet voorschrijvend. —
je kan ook meerdere criteria hanteren; handig omdat pseudowetenschap in veel verschillende manieren kan afwijken van wetenschap. er staat een voorbeeldlijst, maar de lijst kan heel lang (en dus onwerkbaar) worden.
oplossing is mogelijk weights aan items geven, maar de verdeling van de weights is moeilijk te onderbouwen.
andere oplossing is resemblance: …?????????
Maarten Boudry houdt zich aan de definitie 2’’, en zegt: er zijn veel manieren dat onderzoek slecht of fout kan zijn, maar maar weinig manieren waarop het een valse indruk van goed onderzoek kan geven. deze manieren kunnen een indicator zijn.
er zijn twee soorten pseudoscience:
- pseudo-theory promotion probeert een bepaalde eigen theorie te promoten
- science denial(ism) probeert een bepaalde geaccepteerde theorie te bevechten ^voorbeelden: holocaust denial, climate change denial, relativity denial, tabacco disease denial, hiv denial, vaccination denial, evolution denial
verschil in hoe ze ‘mainstream science’ afbeelden:
- pseudo-theory promotion doet alsof mainstream science comfortabel/oke/overeenstemmig is met de pseudo-theorie.
- science denialism doet alsof er een controversy is in mainstream science over de subject-matter (die de pseudo-science wel ‘even zal oplossen’ / een gat maakt voor de pseudoscience om te vullen)
gerelateerde termen:
- scepticisme; drie betekenissen:
- philosophical scepticism: in twijfel trekken van ‘vanzelfsprekende’ dingen -> heel nuttige methode om justificatie van ‘zekerheden’ te checken
- scientific scepticism / defence of science: kritisch zijn op pseudowetenschap -> vooral voor organisaties die pseudoscience onderzoeken/disclosen
- science denialism: oppositie van wetenschappelijke consensus
- resistance to facts: onbereidwilligheid om sterk onderbouwde feiten te accepteren
- klassiek kenmerk van pseudo-science
- zowel binnen wetenschap als erbuiten
- conspiracy theories: geheimzinnige samenzwering met mysterieus/dubieus doel
- vooral implausible theorieen die sociale feiten uitleggen die eigenlijk al veel makkelijkere/voor de hand liggendere uitleggen hebben
- vaak cirkelredeneringen die zorgen dat tegenstrijdig bewijs als bewijs VOOR de theorie kan worden geinterpreteerd. -> epistimologisch interessant
- bullshit: onwaarheid die niet liegen is.
- het boeit de persoon die het niet zegt of het waar of niet is, er is een ander doel, zolang dat maar bereikt is (bijv: ragebaiten)
- pseudoscience is special case van bullshit: een verwijtbaar gebrek aan epistemische zorgvuldigheid(?)
- epistemisch relativisme: ontkennen dat er één universele/intersubjectieve waarheid is, die onderzoek moet nastreven. vooral nuttig voor de kant met minder betrouwbaarheid/credibiliteit of cognitieve autoriteit. enables science denial ook.
overeenkomst in diversiteit
er zijn super veel criteria en definities van wetenschap en pseudowetenschap, maar toch is bijna iedereen unaniem eens over welke disciplines wel/niet pseudowetenschap zijn.
paradoxaal dat er zoveel overeenstemming is over de cases terwijl we het allemaal compleet oneens zijn over de theoretische/filosofische achtergrond/criteria/definities/perspectief etc.