is wetenschap te onderzoeken? -> is het niet meer een kunst

pegagogiek -> onderwijskunde -> oww (utrecht)

he who can, does. he who cannot, teaches

those who can’t do, teach, and those who can’t teach, teach gym

onderwijs werd massaberoep leraren streefden naar xprofessionalisering wat is goed en niet goed onderwijs? universiteiten zochten extra disciplines om te onderzoeken -> oww dus wetenschap ging ow verbeteren wow meetbare oplossingen enzo??

oww in amerika -> resultaatgericht oww in nl -> pedagogisch ‘hoe kweek ik goede burgers’ maatschappelijke wens van verbetering ipv professionalisering van leraren

gelijke kansen onderwijssociologie denkpsychologie + emperisch onderzoek en dan nog later: onderwijsbeleid en systeemhervormingen

oww onderzoek moeilijk

artikel ‘is there a science of education?’ -> kan oww -> wat moeten leraren weten en kunnen?

als oww een ambacht/kunst is -> wat is dan de rol van wetenschap? mensenlijke natuur niet te vangen in wetten/principes onderzoek kan wel inzichten opleveren ow is meer dan wetenschap

elk kind is uniek, je moet elk kind los ‘diagnosticeren’, niet pedagogische principes uit je hoofd leren

grens tussen wat wel en niet met wetenschap uit te drukken is

thorndike -> wetenschap -> meten, voorspellen, principes dewey -> onderwijspraktijk, ervaring, ontwikkeling, professioneel oordeel

pedagogiek had lang eigen karakter, nu internationaler gericht vooral veel reorganisaties en hervormingen

vijf fases (als studie):

  1. periode van grondlegging (voor WOII)
  2. stichting pedagogische instituut, fenomenologie
  3. expansie, differentieatie
  4. reorganisatie, vernieuwing
  5. hervinding, (nieuwe) zelfstandigheid

eerste periode

  1. keuze: praktijkgerichtheid vs wetenschappelijkheid
  2. verhouding tussen normatieve en emperisch/descriptief
  3. relatie pedagogiek en andere disciplines

schoolpedagogiek -> onderwijskunde

reorganisatie van de uu

formatie van 105fte -> 41fte heel veel bezuinigingen pedagogiek en onderwijskunde overleven pedagogiek en oww uit elkaar gedreven

terugkeer basis:

  1. psychologie
  2. egagogiek/onderwijskunde
  3. sociologie, culturele antropologie, asw (nu isw)

utrechtse model: brede bachelor, heeft voor- en nadelen

4 fases (als wetenschapsgebied):

  1. voorgeschiedenis
  2. disciplinering
  3. formalisering
  4. institutionalisering

veel ‘begin’jaartallen -> casper heeft geen voorkeur, maar wel een voorkeur (namelijk onderwijswetenschappenvereniging / formalisering in 1964)

maakbaarheidsdenken / nieuwe positivisme / nieuwe verlichting

WOII -> technologische ontwikkeling is helemaal cool enzo maar na WOII -> ontwikkeling van de samenleving, zodat niet nog een keer “the mythical promise of societal renewal through social sciences” -> sw als grote veranderaar

onderwijskunde: brede discipline pedagogisch psychologisch sociologisch historisch/cultuurwetenschappelijk empirisch-analytisch

conclusiegericht onderzoek vs beslissingsgericht <- worden genoemd in hoofdstuk, maar worden verder nooit echt genoemd, maar casper vind onderscheid tussen ‘ik wil het weten’ vs ‘ik wil iets ondersteunen’ wel leuk fundamenteel / toegepast -> kennisontwikkeling vs probleemoplossing/gericht op casus

dominantie van cognitieve modellen (fundamenteel, niet toegepast)

=> spanningen tussen:

onderzoek naar onderwijsonderzoek

onderwijsonderzoekers schrijven graag in het engels in vaktijdschriften -> zuigkracht van internationale publicatienormen => de onderwijspraktijk had er niks meer aan (onderbenutting door praktijk)

fragmentatieprobeem: iedereen doet losstaand onderzoek, geen overlap, geen agenda, geen idee, geen whatever

continuiteitsprobleem: na het onderzoek stopte het, vaak werd niks met resultaten gedaan, en zelfs hetzelfde onderzoek meerdere keren gedaan

=> nationaal plan oww -> hoe meer impact??