nadelen van gepaarde t-toets:

bedreigingen van interne validiteit:

allemaal opgelost met: controle groep

^anders dan placebo, maar placebo is onbewust

beide opgelost met: dubbelblind experiment (zowel groep als onderzoeker weet niet welke conditie welke is)

opgelost met: blind experiment met controlegroep die een ‘nep-behandeling’ krijgt

oplossing: randomisatie

geen effect gevonden?

bedreigingen van interne validiteit bij gepaarde t-toets:

als meerdere behandelingen: volgorde laten verschillen = counterbalancing (AB-BA), zodat tweede effect niet kleiner lijkt door cumulatief van eerste behandeling.

randomisatie is moeilijk bij te kleine steekproef, omdat het niet lukt om kenmerken eerlijk te verdelen over condities

soms is randomisatie niet ethisch of mogelijk

soms lukt het maar gaat het mis: contaminatie, of manipulatie mislukt doordat deelnemers zich niet aan de interventie houden, of de onderzoeker onbedoeld invloed heeft (eg. sturing).


maar wat als: meer dan twee condities

3 groepen -> per 2 de groepsgemiddelden vergelijken => niet handig want meer toetsen = meer kans op type I fout (= kanskapitalisatie)

anova = analysis of variance onafhankelijke variabele = gemiddelde rekenscore afhankelijke variabele (factor) = groep/conditie

hypotheses: H_0: mu_1 = mu_2 = mu_3 H_1: minimaal één van de variabelen is anders (NIET mu_1 != mu_2 != mu_3, MAAR mu_1 != mu_2 V mu_1 != mu_3 V mu_2 != mu_3)

F-waarde -> p-waarde en dan gwn normaal significatieniveau check (VRAAG: hoe weet je welke afwijkt? je weet nu alleen dat er een willekeurige afwijkt…)

effectgrootte = eta^2 = percentage verklaarde variantie

eta^2 = 0.01 - klein effect eta^2 = 0.09 - gemiddeld effect eta^2 = 0.24 - groot effect

^hoe je NIET uit je hoofd te weten, verschillen per vakgebied! krijg je erbij op het tentamen:)

je kan nu statistisch geen uitspraak doen over welke groep afwijkt, wel beschrijvend. later krijgen we nog hoe dat statistisch moet.

assumpties anova:

statistische toets niet super beinvloed bij kleine schending = robuustheid

twee rijen in jasp: conditie en residual conditie = variantie tussen groepen residual = variantie in groepen (ruis/kans) de verhouding hiertussen bepaald of F groot of klein is

df (eerste) = aantal groepen, vrijheidsgraden is dan k - 1 (k = aantal groepen) df (tweede) = totale sample - aantal groepen (N - k)

totale vrijheidsgrade = df_1 + df_2 = N - 1

MS_between = SS_between / df (corrigeert voor aantal groepen) MS_within = SS_within / df (corrigeert voor aantal mensen)

F = MS_between / MS_within

F-verdeling hangt af van df, en is altijd groter dan 0 (want variantie)