Kunstmatige intelligentie speelt een steeds grotere rol in het taalonderwijs. Een grote impact die dit heeft op taalonderwijs is de veranderende rol van de docent. AI kan de begeleidende rol van een docent niet overnemen, hiervoor blijft de aanwezigheid van een docent erg belangrijk. Wat AI wel kan vervangen is de focus op de kennisoverdracht en het zorgen voor differentiatie voor de leerlingen. De docent kan zich hierdoor beter focussen op de begeleiding en kan het kritisch en probleemoplossend denken blijven stimuleren. Het is dus belangrijk dat AI een aanvulling op het taalonderwijs blijft en niet de rol van de docent gaat vervangen.
Betrouwbaarheid en bias:
Er zijn meerdere uitdagingen bij het toepassen van AI in taalonderwijs. De eerste is de betrouwbaarheid van AI. AI kan namelijk ook fouten maken, terwijl mensen er vaak van uitgaan dat wat AI zegt altijd klopt. Algoritmes van AI zijn gebaseerd op de data en kennis die ze zelf hebben opgedaan of toegedient hebben gekregen. Fouten zijn menselijk en kunnen hierdoor dus ook in de algoritmes van een programma dat werkt met AI terechtkomen. Een ander probleem dat zich kan voorvallen door deze algoritmen, is dat er bias ontstaat in deze algoritmen. Zo zouden er bepaalde stereotypen of culturele vooroordelen in het algoritme terecht kunnen komen. Deze bias zou dan in de analyse van een programma werkend met AI meegenomen kunnen worden om de vooruitgang van een student te beoordelen.
Afhankelijkheid:
Leerlingen kunnen te afhankelijk raken van leren met AI. Dit kan ervoor zorgen dat het kritisch- en probleemoplossend denken zich minder goed kan ontwikkelen. Het is dan ook erg belangrijk om een balans te vinden waar het inzetten van AI niet de actieve rol van de leerling ondermijnt. Ook moeten leerlingen goed geïnformeerd worden over het feit dat systemen met AI ook fouten kunnen maken en dat ze dus niet altijd alles moeten geloven wat AI zegt.
Privacy:
Een andere kritische overweging rondom het gebruik van AI is het feit dat AI persoonlijke informatie en andere data van gebruikers verzamelt. Adaptieve leersystemen die gebruik maken van AI ontwikkelen zichzelf verder door gebruik te maken van extensieve data. Vaak wordt hier ook persoonlijke informatie, gevoelige informatie en specifiek gedrag van gebruikers verzameld. Dat dit gebeurd moet altijd worden gecommuniceerd naar gebruikers vanwege de gevoelige privacy.
Chatbots:
Een van de manieren waarop je AI kan inzetten in taalonderwijs is door gebruik te maken van chatbots zoals ChatGPT. Deze chatbots kunnen gebruikt worden om echte gesprekken te simuleren in de taal die je aan het leren bent. Als je ze als gesprekspartner wilt gebruikten, kun je als leerling een dialoog oefenen, een rollenspel uitschrijven of vrije gesprekken voeren. Bij deze drie ligt de focus op het voeren van een gesprek, om zo de spreekvaardigheid te bevorderen. Als een leerling schrijfvaardigheid moet oefenen, kan dit door een essay te schrijven en deze door de chatbot te laten reviseren. Woordenschat kan worden geoefend doordat woorden in contexten geoefend kunnen worden en door een leerling aan te moedigen nieuwe woorden in de gesprekken te vermengen. Leren met een chatbot kan fijn zijn voor het zelfvertrouwen van een leerling, doordat de oefeningen individueel en laagdrempelig zijn. Een ander groot voordeel van chatbots is dat deze altijd beschikbaar zijn, waardoor leerlingen zelf kunnen bepalen wanneer ze hiermee aan de slag willen gaan.
Spraak- en uitspraaktools:
Deze programmas zijn handig voor het oefenen van spraak- en luistervaardigheid. Ze kunnen per direct je uitspraak corrigeren wanneer er wordt geoefend via het voeren van een dialoog. Of kunnen achteraf feedback geven wanneer je een video of spraakbericht inlevert. Een voorbeeld van een opdracht zou dan kunnen zijn dat je leerlingen een presentatie over een bepaald onderwerp laat opnemen en laat inleveren, waarna het programma gedetailleerde feedack terugkoppelt over de uitspraak van de leerling.
Adaptieve leersystemen:
Dit zijn leersystemen die gebruik maken van AI om opdrachten voor leerlingen te personaliseren, waardoor er meer gedifferentieerd kan worden op het niveau van de leerlingen. Dit soort systemen kunnen erg nuttig zijn voor het leren van grammatica en oefenen met woordenschat.