- Drie manieren van sequentering:
Learner-related houdt in dat er wordt gekeken naar leerlingkenmerken. Dit volgt vooral uit de doelgroep- en taakanalyses. Er wordt rekening gehouden met:
-
Eventuele prerequisite skills: voorwaardelijke vaardigheden of kennis die de leerling minimaal bezitten om de cursus te kunnen volgen. Bijvoorbeeld kunnen lezen of een basisbegrip van wiskunde.
- Bekendheid (‘familiarity’): bekend->onbekend.
- Moeilijkheidsgraag: makkelijk-> moeilijk.
- Interesse: interessant->minder interessant.
(^sidenote: kan het voor lerenden dan niet juist voelen alsof al het lesmateriaal van ‘leuk’ naar ‘niet leuk’ neigt? Zegmaar omdat het makkelijk, bekend en interessant begint en dan steeds moeilijker, onbekender en minder interessant wordt.)
World-related houdt in dat er wordt gekeken naar de volgorde van dingen zoals ze in werkelijkheid zijn:
- Spatial: op basis van ruimtelijke volgorde; voor-achter, links-rechts, boven-onder.
- Temporal: op basis van tijdsvolgorde; oud->nieuw, eerder->later etc.
- Fysiek: op basis van fysieke eigenschappen; hard->zacht, licht->zwaar, nat->droog etc.
Concept-related houdt in dat er rekening wordt gehouden met de manier waarom kennis gegroepeerd wordt, en daarin een logische volgorde wordt aangehouden:
-
Op basis van klasse: eerst eigenschappen van de gehele groep uitleggen, daarna in meer diepgang de members uitleggen.
-
Op basis van propositional relations: voorbeelden eerst; begin met wat er gebeurt, en daarna pas waarom het gebeurt.
-
Op basis van complexiteit: concreet/simpel->abstract/complex.
-
Op basis van logische volgorde, rekening houdend met voorkennis. Als concept A begrip van concept B vereist, moet concept B dus voor concept A behandeld worden.////
- De principes van multimedia-design die het meest relevant voor onze ontwerpopdracht zijn, zijn:
-
Coherence: informatie die niet relevant is voor de praktische opdracht(en) achterwege laten.
-
Signaling: in het lesmateriaal door middel van kleur, symbolen of typografie (dik/schuingedrukt) de aandacht van de lerenden focussen op de meest belangrijke ‘take-home’ punten.
-
Spatial continuity: zorgen dat elementen die bij elkaar horen ook dicht bij elkaar staan. Hierdoor voorkom je split attention search.
-
Personalisation: de opdrachten moeten goed aansluiten op de leefwereld van leerlingen (dit was het belangrijkste punt waar onze opdracht gever naar vroeg). Het is daarvoor belangrijk dat de stof ook in de taal die leerlingen begrijpen/spreken gepresenteerd of opgeschreven wordt. Niet te formeel dus.
- Tip van hoofdstuk 2 uit Wijze lessen die relevant zijn voor onze opdracht. Dit hoofdstuk is vooral gericht op wat de leraar kan doen, dus de meeste van deze tips hebben dan ook betrekking op de docentenhandleiding:
- Duidelijk met leerlingen communiceren over wat wanneer af moet. Dit opnemen in de docentenhandleiding.
- Goed naar de leerlingen luisteren hoe zij de les ervaren, wat beter kan en waar nog extra ondersteuning nodig is. Dit ook opnemen in de docentenhandleiding.
- Biedt in de praktische opdrachten die we gaan ontwikkelen duidelijke, eenduidige, maar vooral ook behapbare stappen, om de leerlingen niet in één keer te overweldigen. Biedt extra ondersteuning waar nodig. (Dit laatste moet dus wederom in de docentenhandleiding worden onderstreept)
- Maak de opdrachten uitdagend, maar ook niet te moeilijk. Daarmee zorg je dat leerlingen in de zone van naaste ontwikkeling terecht komen.
- Formuleer duidelijke focusdoelen bij de opdrachten, zodat leerlingen weten waar ze de meeste aandacht aan moeten besteden.
- Schrijf de instructiematerialen in taal die voor leerlingen begrijpelijk is en aansluit op hun leefwereld.
- Zorg voor een warme leeromgeving. “Enthousiast, geëngageerd, zorgend, begrijpend, gemotiveerd, authentiek, warm, vriendelijk.” Concreet kunnen we dit doen door: de docent hiertoe aan te moedigen via / dit extra te onderstrepen in de docentenhandleiding, en elementen van humor in het lesmateriaal meenemen. Dit sluit ook aan bij het principe van personalisation van Mayer: lesmateriaal moet niet té formeel zijn (maar eerder een soort ‘gesprek’ met de leerling).