1) Welke kenmerken van lerende organisaties (Gil et al., 2019) en leercultuur (Van Der Weide et al., 2022) herken je in de casus? Uit welke informatie in de casus blijkt dat?
Lerende origanisaties:
- Leiderschap maakt leeromgeving: “De directie van de school vindt het belangrijk dat Agnetha ondersteund wordt door een expert met specifieke expertise op taalgebied”
- Wederzijds vertrouwen (organische structuur): “Agnetha nam haar verantwoordelijkheid en kreeg daarbij veel vertrouwen van de schoolleiding.”
- Gedeelde verantwoordelijkheid, weinig centralisatie, besluitvorming gedelegeerd (organische structuur): “Gespreid leiderschap leidt ertoe dat verantwoordelijkheid zo laag mogelijk in de organisatie wordt belegd”
- Toepassen van het geleerde in de praktijk: “De toename van kennis door een presentatie of workshop leidt niet direct tot een verandering in de praktijk. Hiervoor is interactie nodig tussen de nieuwe kennis en toepassing in de praktijk”
- Feedback en ondersteuning: “Met elkaar in gesprek gaan, naar elkaar te luisteren en kennis te delen is belangrijk om elkaar te vinden. Zo voorkom je dat je tegenover elkaar komt te staan.”, “Een reflectieve dialoog is een gesprek tussen leraren over het onderwijs, met als doel het onderwijs te verbeteren. Hierbij wordt de huidige en gewenste manier van handelen kritisch besproken.”
Leercultuur:
Ruimte en veiligheid (onderling vertrouwen, fouten mogen maken en experimenteerruimte): “Als taalcoördinator schrijft Agnetha, als onderdeel van haar opleiding, een beleidsplan. De directie geeft haar hierbij veel vrijheid.”, “Agnetha nam haar verantwoordelijkheid en kreeg daarbij veel vertrouwen van de schoolleiding.”,
kennisuitwisseling tussen medewerkers stimuleren (samenwerking en talentontwikkeling): “Binnen schoolteams is bij leraren veel individuele kennis aanwezig, wat niet overal wordt benut. Om kennis van medewerkers effectief in te zetten is het van belang dat een team in staat is professioneel samen te kunnen werken”, “Met elkaar in gesprek gaan, naar elkaar te luisteren en kennis te delen is belangrijk om elkaar te vinden”, “Deze groepen komen regelmatig bij elkaar om het taalonderwijs te verbeteren door met elkaar kennis op te doen en dit te vertalen naar concrete lessen”
Periodieke evaluatiemomenten (organisatie-inrichting): “Een reflectieve dialoog is een gesprek tussen leraren over het onderwijs, met als doel het onderwijs te verbeteren. Hierbij wordt de huidige en gewenste manier van handelen kritisch besproken”
Opleidingsbudget (organisatie-inrichting): “Het bestuur stelde financiële middelen ter beschikking”, “De directie zocht binnen het team naar een collega die de opleiding tot taalcoördinator wilde volgen”
2) Welke elementen van professioneel leren volgens het model van Clarke & Hollingsworth (2002) zie je terug? Onderbouw je antwoorden met voorbeelden.
Persoonlijk domein: (gezamenlijk) urgentiebesef Extern domein: door de Inspectie van Onderwijs als zwak bestempeld door achterblijvende leerresultaten op rekenen en taal Praktijkdomein: experimenteren, “Deze groepen komen regelmatig bij elkaar om het taalonderwijs te verbeteren door met elkaar kennis op te doen en dit te vertalen naar concrete lessen.”
3) Welke elementen van professioneel leren volgens het model van Knight (2002) zie je terug? Onderbouw je antwoorden met voorbeelden.
Collectieve kennisopbouw: “Met elkaar in gesprek gaan, naar elkaar te luisteren en kennis te delen is belangrijk om elkaar te vinden.”, “Een lerende cultuur, waarbij experimenteren, reflecteren en ontwikkelen van nieuwe kennis als middel centraal staat”, “Met elkaar in gesprek gaan, naar elkaar te luisteren en kennis te delen is belangrijk om elkaar te vinden.”
Reflectieve dialoog: “Door een reflectieve dialoog te voeren, krijgen leraren zicht op elkaars opvattingen en handelen. Een reflectieve dialoog is een gesprek tussen leraren over het onderwijs, met als doel het onderwijs te verbeteren. Hierbij wordt de huidige en gewenste manier van handelen kritisch besproken.”
Gespreid leiderschap: “verantwoordelijkheid zo laag mogelijk in de organisatie wordt belegd, eigenaarschap van alle leraren bij onderwijsverbetering wordt bevorderd, en het teamleren wordt versterkt”
Complexiteit en non-lineariteit: “Al ging deze verandering niet zonder slag of stoot. “Niet iedereen was gewend om het onderwijs met elkaar af te stemmen en met een duidelijke focus aan gezamenlijke doelen te werken. Dit heeft consequenties gehad voor de samenstelling van het team omdat daardoor collega’s zijn vertrokken maar ook juist nieuwe collega’s gekomen zijn.””