extra stap NHST: conclusie schrijven (wat betekent wel/niet verwerpen H0)
externe validiteit: (inferentie mogelijk?)
- type steekproef: aselect?
- setting onderzoek: real-world? ^ecologische validiteit: mate van overeenkomst tussen werkelijkheid en experimentele setting.
externe validiteit minder belangrijk dan interne validiteit (want causaliteit/oorzaak-gevolg relatie aantonen)
bedreigingen:
- design confounds <- alternatieve variabele die verschilt tussen groepen DOOR ONTWERP
- selectie effects <- alternatieve variabele die verschilt tussen groepen DOOR SAMENSTELLING (waren de groepen wel vergelijkbaar bij aanvang -> randomisatie)
- contaminatie <- groepen wisselen informatie uit
begripsvaliditeit:
- METHODEDEEL
- hoe (goed) geoperationaliseerd en uitgevoerd?
onafhankelijke variabele: komt overeen met werkelijkheid? afhankelijke variabele: is de uitkomst goed gemeten?
statistische validiteit significant != groot (grote n => kleine SD => grote significantie bij klein effect) hoe groot is het effect (cohen’s d) juiste toets uitgevoerd? -> geschiktheid interpretatie goed?
- significantie: wat is p? welke alfa? waarde van toetsingsgrootheid?
- relevantie: hoe interpreteren we het verschil? waarde effect size?
- nauwkeurigheid: betrouwbaarheidsinterval en niveau? breed of smal?
- geschiktheid: juiste toets?, voorwaarden voldaan?, goed geinterpreteerd?
d r grootte 0.2 0.1 klein 0.5 0.3 matig 0.8 0.5 sterk
bij p > alfa hoef je d nooit uit te rekeken (maar als je dat toch doet is het probs heeeel klein)
betrouwbaarheidsinterval = het zit ergens in deze range grootte van de range = betrouwbaarheidsniveau (aantal keer SE)
kleinere betrouwbaarheid (door grotere alfa) -> kleinere interval -> informatiever, maar ook minder zeker
smallere intervallen kan ook door SE kleiner te maken:
- beter meten -> kleinere spreiding (SD -> en dus SE)
- grotere steekproef -> kleinere standaardfout (SE)
^^^herhaling vorige keer
t-toets voorwaarden
- aselect -> externe validiteit
- minimaal interval/ratio (alleen afhankelijke var!)
- groepen onafhankelijk
- scores normaal verdeeld
- scores gelijke spreiding in beide groepen
kijken naar operationalisatie van afhankelijke variabele moet interval/ratio zijn. als niet -> geen t-toets gebruiken! (ander statistische toets gebruiken, komt later nog bij TOE probs) (want soms MOET je nomimaal of ordinaal gebruiken, omdat je niet anders kan)
groepen onafhankelijk: resultaten van groep A mogen niet afhangen van mensen in groep B (aka geen contaminatie plss) (anders werkt wiskunde niet meer + generaliseren niet meer mogelijk + belangrijk voor externe validiteit)
afhankelijke steekproeven soms nodig:
- herhaalde metingen (tegen zichzelf vergelijken, eindscore is sterk samenhangend met eerdere score)
- gekoppelde metingen (bijv. tweelingen)
dan: t-toets voor afhankelijke groepen :D
normaal verdeeld: visueel checken van spreiding checken via histogram (per groep) (kan ook statistisch, maar hoeven we nog niet te kunnen)
maar soms: links-scheef (staart links), rechtsscheef (staart rechts) of bimodaal (twee toppen) dan: kleine afwijking of grote steekproef => gwn t-toets gebruiken anders: alternatieve toets gebruiken
kleine schending niet erg, en minder belangrijk bij grote steekproeven
wat is ‘grote steekproef’ => hoe meer variabelen, hoe groter de steekproef moeten zijn en meestal minimaal 30 mensen
gelijke spreiding: visueel checken mbv boxplot (is de IQR ongv gelijk) (kan ook statistisch)
ongelijke spreiding? -> gebruik Welsch’ t-toets (maar die heeft minder power)
power hangt af van:
- significantieniveau
- steekproefgrootte
- keuze voor toets
- eenzijdig vs tweezijdig toetsen
- grootte van verschil t groepen
- spreiding in scores ^^laatste twee komen pas in TOE
correlatietoets voorwaaren: (niet verschillen tussen groepen, maar relatie tussen begrippen)
pearson:
- aselecte steekproef
- minimaal interval/ratio (allebei!)
- lineare relatie
spearman:
- aselect
- waardes met rangscores omgezet naar interval meetniveau en linear
- monotome relatie (alleen stijging of alleen daling)
goed geinterpreteerd???
- gaat de relatie wel de kant op die we verwachten? (bij gerichte toets) (zo niet, kan je HA niet aannemen, ookal is p < alfa)
altijd ongericht toetsen ook geen goed idee:
- je gaat dan vaak tegen de literatuur in
- ongericht toetsen heeft een lagere power (omdat je p altijd twee keer zo groot is)
voortbouwen op onderzoek -> betrouwbaarheid? replicatie!! -> nagaan of wetenschappelijke kennis die we voor waar aannemen ook voor waar aangenomen moet worden, of dat er sprake van een kansbevinding is.
drie soorten:
- directe replicatie
- conceptuele replicatie
- replicatie + uitbreiding
(in praktijk vaak mengvormen)
direct: onderzoeksprotocol opvragen en exact nadoen. (zelfde meetinstrumenten, zelfde soort onderzoeker, zelfde labsetting, zelfde groepssamenstelling) voordeel: zeer goed vergelijkbaar nadeel: problemen met interne validiteit in het onderzoek ook in de replicatie (want design confounds zijn ook in de replicatie)
(kan ook meta-analyse van meerdere replicaties)
!! als nul in BI, dan is nul een waarschijnlijke waarde, en kan je H0 niet verwerpen
conceptueel: andere operationalisatie (design verbeteren) voordeel: geen design confounds, bij overeenstemming grotere zekerheid nadeel: studies niet meer goed vergelijkbaar (je weet niet of het effect er bij jou niet is, of je design fout is)
uitbreiding: directe replicatie met extra onderzoeksvraag mogelijkheid van betere theoretisch begrip. kan ook: direct+conceptueel ook nadeel: studies weer niet goed vergelijkbaar
cohen’s d
grootte van een effect hangt af van:
- de schaalgrootte (5 punten op 1-10 is meer dan op 1-100)
- de variatie/spreiding (5 punten is een groter verschil als er normaal tussen 75-79 wordt gescoord dan als er normaal tussen 65-89 wordt gescoord)
d = | delta M | / sigma (sigma = SD op populatieniveau)
d dus onafhankelijk van steekproefgrootte
de letter delta wordt ook gebruikt voor d op populatieniveau. maar die kan je nooit weten.
nadeel: hangt af van de sigma die je kiest (aka klopt de populatiesigma wel met de populatie waarover je uitspraak doet)
?? formule cohen’s d: experimentele groep eerst of controle groep eerst?
hypothese letters van populatie ?? MAAR in het boek/de pp stond ergens theoretische verwachting = populatie en hypothese = streekproef
verwacht effect invloed op power hoe??
toetsingsgrootheid = d = geobserveerd verschil / standaarddeviatie
geobserveerd verschil:
- correlationeel: r - rho0 = r
- kwantitatief: delta M - delta mu = delta M