curriculum = wat je leert
plan bestaande uit doelen en manieren om die doelen te bereiken.
- inhouden (doelen)
- leerervaringen
- planning met optimale leercondities
leercondities (omstandigheden):
- fysiek (ruimte, mensen, materialen, middelen)
- sociaal (klassensamenstelling, sfeer)
- psychologisch (motivatie, sociale veiligheid)
curriculumontwikkeling vs instructional design
curriculum gaat om wat: inhoud (macro en meso) instructie gaat om hoe: bereiken doelen (meso en micro)
theoretische benaderingen v curriculum (ideologiën):
- humanisme
- developmentalism (studie van het kind)
- sociale efficientie
- sociaal meriolisme
humanisme: overdracht van kennis en cultuur
- ‘colonial’ = vasthouden aan traditionele kennisbasis
- humanistische benadering = versneld state-of-the-art kennis overbrengen
developmentalism: ontwikkeling als uitganspunt
- wat hebben opgroeiende kinderen nodig in hun ontwikkeling tot volwassene?
- kritische periodes (??)
- motivatie en interese v kind
sociale efficientie: samenleving-gericht
- vooral gericht op de arbeidsmarkt: wat heb je in de toekomst nodig?
- praktische en bruikbare kennis
- participeren aan en in de samenleving
sociaal meliorisme:
- ‘activitisch’
- door onderwijs de maatschappij verbeteren
- leren politiek actief te worden bijv.
- curriculum bijdragen aan rechtvaardige wereld
HUISWERK: focus van de ideologie: individu vs samenleving en behoud vs verandering/verbetering
van: waarom leren we en wat leren we? (kliebard, 4 ideol.) naar: hoe organiseren we het leren? (posner, 5 persp.)
ideologie zegt niks over invulling. doel van posner: kader ontwikkelen waarmee docenten en ontwerpers beter kunnen begrijpen, analyseren en verbeteren wat een curriculum doet.
twee centrale vragen:
- onderliggende idee?
- hoe in de praktijk brengen?
traditioneel perspectief:
- overdracht van essentiele kennis en vaardigheden
- nadruk op beheersing van basisvaardigheden (lezen en rekenen)
- nadruk op kerncurriculum: basale kennis die iedereen moet kennen
- kennis is vaststaand(/universeel?)
- lerende ontvangt kennis en moet deze beheersen
^^zorgen => terug naar basis
experiential perspectief:
- onderwijs moet aansluiten bij ervaringen
- leren door te doen
- projectonderwijs, ontdekkend leren
structure of the disciplines:
- probleem: verschil tussen schoolvakken en wetenschapsdisciplines
- school staat ver af van de wetenschapsdiscipline
- wetenschappelijke methode, denken als wetenschapper
- inquiry learning, onderzoekend leren
behavioristische perspectief:
- gedraggericht, gedragsverandering bewerkstelligen
- observeerbaar en meetbare gedragingen aanleren
- linear, kleine stappen (= sequencing)
- leren is herhaling, oefening (met reinforcement)
- mastery learning
cognitieve perspectief: (maar miss juist constructivistisch)
- teveel aandacht voor kennisproductie, te weinig aandacht voor begrip
- aansluiten bij voorkennis
- betekenisvol leren
- kennis wordt geconstrueerd, niet overgedragen
- probleemgestuurd onderwijs, constructivistisch onderwijs
HUISWERK: dwarsverbanden kliebard en posner
ontwikkeling opvattingen v. curriculum (eerste drie belangrijkst):
-
reductionische visies inhoud? nadruk op colonial curriculum en sociale efficiëntie overdracht van cultuur en gewoontes
-
bobbitt <- probeerde wetenschappelijke discipline van curriculum te maken duidelijke leerdoelen uitgangspunt: wat is nodig voor beroep? traditioneel curriculum vaak grotendeels overbodig <- deze keuzes hangen af van plaats en tijd
-
tyler vier kernvragen:
- leerdoelen? (op basis van systematische analyse en studie)
- leeractiviteiten? en samenhang tussen activiteiten en doelen?
- didactische werkvormen en instructiestrategiën?
- evalueren? sluit toetsing aan?
ideale curriculum: origineel idee, insteek/visie bedoelde curriculum: ..? formele curriculum: ..? ervaren curriculum: wat heeft de leerling gekregen? operationele curriculum: wat is bereikt? getoetste curriculum: wat is getoetst?
^^FF CHECKEN
impliciet curriculum bestaat uit:
ongeschreven curriculum: neveneffecten van instructiesysteem, bijv. door voorkeuren van docenten; geen politiek/ideologie. nulcurriculum: wat (onbewust) genegeerd wordt in het curriculum (bijv. creativiteit) ‘hidden’ curriculum: indirecte en verborgen socialisatie; onbedoeld.
- onderlinge leerlinginteractie. leerkracht-leerling relatie. omgaan met macht.
formuleren leerdoelen: taxonomieën (aka indelen)
taxonomie = hiërarchisch ordeningssysteem. ^instructieverantwoordelijke heeft handvatten om leerdoelen te structureren
taxonomie van bloom (2 versies: 1956 en 2001) gedragsdimensie (cognitive): remembering, understanding, applying, analyzing, evaluating, creating inhoudsdimensie (knowledge): feitenkennis, conceptuele kennis, procedurele kennis, metacognitieve kennis (feiten = begrippen leren, conceptueel = classificaties/categoriën, principes, modellen/structuren, procedureel = vaardigheden en methoden/technieken + wanneer toe te passen, metacognitie = denken over eigen nadenken, kennis over eigen leerproces)
piramindevorm: onthouden onderin, creeëren boven. lower vs higher order (aka onthouden is basaler/minder complex dan creeëren).
discussie over hierarchie: rangorde onderschat het belang van kennis onthouden als basis voor de rest van de gedragsdimensie.