curriculum = wat je leert

plan bestaande uit doelen en manieren om die doelen te bereiken.

leercondities (omstandigheden):

curriculumontwikkeling vs instructional design

curriculum gaat om wat: inhoud (macro en meso) instructie gaat om hoe: bereiken doelen (meso en micro)

theoretische benaderingen v curriculum (ideologiën):

humanisme: overdracht van kennis en cultuur

developmentalism: ontwikkeling als uitganspunt

sociale efficientie: samenleving-gericht

sociaal meliorisme:

HUISWERK: focus van de ideologie: individu vs samenleving en behoud vs verandering/verbetering

van: waarom leren we en wat leren we? (kliebard, 4 ideol.) naar: hoe organiseren we het leren? (posner, 5 persp.)

ideologie zegt niks over invulling. doel van posner: kader ontwikkelen waarmee docenten en ontwerpers beter kunnen begrijpen, analyseren en verbeteren wat een curriculum doet.

twee centrale vragen:

traditioneel perspectief:

^^zorgen => terug naar basis

experiential perspectief:

structure of the disciplines:

behavioristische perspectief:

cognitieve perspectief: (maar miss juist constructivistisch)

HUISWERK: dwarsverbanden kliebard en posner

ontwikkeling opvattingen v. curriculum (eerste drie belangrijkst):

ideale curriculum: origineel idee, insteek/visie bedoelde curriculum: ..? formele curriculum: ..? ervaren curriculum: wat heeft de leerling gekregen? operationele curriculum: wat is bereikt? getoetste curriculum: wat is getoetst?

^^FF CHECKEN

impliciet curriculum bestaat uit:

ongeschreven curriculum: neveneffecten van instructiesysteem, bijv. door voorkeuren van docenten; geen politiek/ideologie. nulcurriculum: wat (onbewust) genegeerd wordt in het curriculum (bijv. creativiteit) ‘hidden’ curriculum: indirecte en verborgen socialisatie; onbedoeld.

formuleren leerdoelen: taxonomieën (aka indelen)

taxonomie = hiërarchisch ordeningssysteem. ^instructieverantwoordelijke heeft handvatten om leerdoelen te structureren

taxonomie van bloom (2 versies: 1956 en 2001) gedragsdimensie (cognitive): remembering, understanding, applying, analyzing, evaluating, creating inhoudsdimensie (knowledge): feitenkennis, conceptuele kennis, procedurele kennis, metacognitieve kennis (feiten = begrippen leren, conceptueel = classificaties/categoriën, principes, modellen/structuren, procedureel = vaardigheden en methoden/technieken + wanneer toe te passen, metacognitie = denken over eigen nadenken, kennis over eigen leerproces)

piramindevorm: onthouden onderin, creeëren boven. lower vs higher order (aka onthouden is basaler/minder complex dan creeëren).

discussie over hierarchie: rangorde onderschat het belang van kennis onthouden als basis voor de rest van de gedragsdimensie.