Schoolorganisatie
organisatie => effectiviteit?
effectiviteit = deel van spreiding in leerprestaties verklaard door onderwijsvariabelen (rest = leerlingkenmerken)
20% kan nog steeds een betekenisvol verschil zijn = compenserend vermogen van scholen (verkleinen kleine verschillen tussen leerlingen) -> kleinere spreiding beter
hoe meten we schooleffectiviteit?
- wat zijn de doelen?
- hoe quantatiseren we leerwinst?
naast interpretatie: inspectiekader
schoolverbetering: vergroten vaardigheden om verandering te realiseren met als doel effect. van onderwijs te verbeteren
organiseren/coordinatie = afstemmen van acties om doelstellingen te bereiken
- structurele organisatie: formele kenmerken van de organisatie (opbouw, taakverdeling, hierarchie) -> verminderd behoefte aan organisatie, want gwn duidelijkheid.
- produdurele organisatie: wat wordt er feitelijk gedaan?
organogram visualiseert de hiërachie
procedurele organisatie vormgeven:
- leiding geven
- standaardisatie van werkprocessen (afspraken over hoe werkzaamheden worden uitgevoegd)
- standaardisatie van kennis en vaardigheden (gemeenschappelijke kennisbasis verzorgen) - interne trainingen - onboarding - informeel leren
- standaardisatie van output (doelen)
- wederzijdse afstemming (informatieverstrekking, overleg- en beslisbevoegdheid voor medewerkers)
- ideologie: gemeenschappelijke visie, opvattingen, normen en waarden (‘company culture’)
(bij qd:
- github en delegation van issues
- shared dotfiles/scripts/ansible + same hardware
- documentatie en READMEs)
ambiguiteit
- iedere actor heeft eigen doelen - wie doet wat? wie is betrokken?
- verschillende interpretatie doelen: “goed onderwijs”
- wat is nodig? welke activiteiten?
- doelen van actoren kunnen strijdig zijn
dicotome karakter v. scholen (invloedssferen):
- beheersdomein: schoolleiding, bureaucratische regels, begroting, randzaken
-
onderwijskundig domein: leraren, professionals
- 3e domein: ‘betwist gebied’
- conflictbeheersing
- onderhandeling (invloed van bestuur op praktijk en praktijk omzijlt via collegiale besluiten het bestuur)
conclusie: scholen functioneren als losjes gekoppelde systemen met veel autonomie (leerkrachten, collegiale besluitvorming), weinig centrale autonomie en veel gedeelde verantwoordlijkheid tussen actoren.
klassenniveau vs schoolniveau (klasniveau heeft meer invloed op prestaties)
welke coordinatie is nodig om de variabelen positief te beinvloeden?
effectieve scholen hebben
- mechanistische benadering: stabiliteit; strakke organisatie, sterke leiding/sturing en duidelijke doelen (planmatig) - effectiviteitsonderzoek: kenmerk-gericht; standardisatie (van bovenaf) - coordinatie: standardisatie van werkprocessen, uitkomsten en kennis
- organische benadering: flexibiliteit; omstandigheden/condities voor schoolverbetering creeëren - participatie: docent niet als uitvoerder, maar als actieve medeXXX - veranderprocessen: leerbereidheid; motivatie en betrokkenheid (van onderwijsdomein) - coordinatie: wederzijdse afstemming en ideologie
schoolcultuur: onderliggende overtuigingen en normen schoolklimaat: observeerbaar gedrag (uitingen van cultuur)
rol van schoolleider: transformatief leiderschap vergroten betrokkenheid en professionele capaciteiten versterken (van personeel) want dat versterkt veranderkracht van de school
kenmerken:
- ontwikkeling van visie
- consensus over doelen
- hoge verwachtingen (tov docenten)
- individuele ondersteuning (laagdrempeligheid)
- instellectuele stimulans
- modelleren: voorbeeldfunctie
(indirect) invloed op leerprestaties en leerkrachttevredenheid
klimaat is meetbaar deel van cultuur cultuur kan je niet veranderen, klimaat wel goed klimaat => betere leerprestaties
MacNeil et al. <- als voorbeeld voor LLO
focussen op:
- goal focus: duidelijke visie en doelen
- adaptation: aanpassingsvermogen versterken