Hoorcollege 3

onderwijsopbrengst (cijfers en resultaten) komt door:

fun: vroeger werd sociaal economische status gemeten in boekenplanken (maat staat nu onder druk maar wel cool lol)

maar er valt wel veel te halen in die overige 10-20% uit onderzoek blijkt dat de variatie in onderwijs vooral per klas verschild -> de leraar is belangrijkst.

geen leraar => 6% toename per jaar minst effectief => 14% toename per jaar meest effectief => 53% toename per jaar

scholen kunnen ook zeer effectief (of niet) zijn

MAAR dit komt door hoe ze de leraren aansturen

-> effectieve scholen zijn consistent in leraargedrag -> er is intolerantie voor slecht leraargedrag

disposities:

V

situatie-spec. skills:

V

uitvoering/performance: observeerbaar leraargedrag

V

onderwijsopbrengst: resultaten v leerlingen

1 + 2 = experise 1 + 2 + 3 = competentie 2 + 3 + 4 = context

vroeger: leraar is iemand die veel weet recent is dat minder, mede door de bredere toegang tot kennis (leraar is niet meer enige bron)

tijdlijntje: pedagogisch gericht: na ww2 vooral moreel opvoeden gedragsgericht: gedrag leraar -> resultaten

bijvoorbeeld invloed van lichaamstaal etc.

praktijkgericht: kennis -> praktijdbeslissingen

onderzoek was heel erg context-gebonden. gedrag werkt wel/niet voor bepaalde leerlingen

gedragsgericht: evidence-informed

terugvallen op gedrag leidt tot resultaten. lijstjes met ‘dit werkt goed’. (kan ook heel nuttig zien)

pedagoog met inhoudelijke kennis (1950-1965)

didactische routines met inhoudelijke kennis (1965-1990)

onderwijsexpertise met brede kennis (1990-xxxx)

uitvoerder met content-expertise (xxxx-xxxx)

beroepsstatus onder druk -> minder uniek als inhoudsexpert; oplossingen:

kenniv voor leraren (= abstractie van werkelijkheid) niet altijd bruikbaar -> tegensprekend of niet makkelijk toepasbaar

kennis van leraren gecontextualiseerd

academische leerkrachten kunnen beroepspraktijk aan onderzoekspraktijk koppelen (= contextualiseren en decontextualiseren, = adaptieve experise ipv routinematige experise)

inhoudelijk (wat?) vakdidacties (hoe?) pedagogisch (ontwikkeling?) interpersoonlijk (band met leerling?)

bijv: klassiekaal aanspreken werkt minder goed dan persoonlijk

opvoeden tot goede burgers (socialiseren, normen en waarden, straffen vs belonen) experimenteel onderzoek

interactie -> emotie -> psychologische basisbehoeften -> motivatie -> resultaat (+ interne samenhang tussen alles)

invloed en nabijheid model

niveaus van interpersoonlijk perspectief:

cognitieve/affectieve opbrengsten

complementariteit: oppositeness -> reactie op dominantie is submissiviteit sameness -> reactie op vriendelijkheid is vriendelijkheid en reactie op agressie is agressie